De test van de ezel

Joepi, we gaan een tocht met een ezel maken!’. Dat vooruitzicht én een weekje logeren in een heuse woonwagen was genoeg om mijn kinderen van 10 en 12 warm te maken voor onze zomervakantie.

Negen maanden eerder was ik vertrokken uit een zestien jaar durend huwelijk en met drie dozen spulletjes in een afgeleefd en klein appartement getrokken, om halverwege mijn leven opnieuw te beginnen.  Wie ik was, wist ik niet meer. Ik had mezelf jaren geleden in stilte begraven in een slecht huwelijk en in de helse combinatie van drie jonge kinderen en een drukke baan. Die deur achter me dicht trekken en vertrekken, was hartverscheurend geweest. Twee huilende kinderen en een verschrikkelijk boze puber hadden me gesmeekt om dat niet te doen. Hun vader keek me een beetje meewarig vanop de zijlijn toe. Zo was het altijd gegaan.

Mijn jongste kinderen versleepten week om week hun spulletjes van huis naar appartement en weer terug en deden hun best te wennen aan dit nomadenbestaan. De oudste wilde er niets van weten. Ik had zijn leven overhoop gegooid.  Hij bleef bij zijn papa wonen en weigerde alle contact. De jongste kinderen wenden aan mijn stille tranen aan tafel. Net daar was zijn lege plek het meest voelbaar.

Mijn voorraad dapperheid was tegen de zomer al lang opgebruikt.

Toch tuften we met zijn drieën amper vijftig kilometer verder,  naar een groezelige boerderij. Om een cent bij te verdienen, verhuurden boer en boerin er een  paar houten woonwagens  op een modderige wei, vlakbij de koeienstal. Eén exemplaar had last van voorweeën, zei de boer met een air van onverschilligheid. Dag en nacht stootte het beest een klagelijk gejammer uit. Er was geen toilet in de woonwagen. Daarvoor moesten we ’s nachts langs de koeienstal schuifelen – hopend om het dier met zeer niet uit haar hazenslaapje te halen –  naar het barakje dat aan de voorkant dienst deed als toilet en aan de achterkant een douche moest voorstellen.

Er waren overal vliegen. Met tientallen tegelijk stortten ze zich vol doodsverachting op de schamele maaltijden die ik probeerde ineen te flansen op het enige pitje van het geïmproviseerde keukentje in de woonwagen, de vliegen duidelijk blij met eens wat anders op het menu dan koeien-vla. Mijn bed was een harde, houten brits. De nachten waren steenkoud. Hoe waren we in dit godvergeten gat beland? Ik had een nostalgisch verlangen naar gezinsgeluk en rust.  We kregen betrokken hemels en een hippie-verblijf met een overspannen koe.

De dagtocht met de ezel moest het hoogtepunt van onze vakantie worden.  ‘Het zijn geen gemakkelijke dieren’, zei de norse boer, ‘en als ze geen zin hebben, blijven ze staan en krijg je ze met geen stokken meer in beweging. Een half uurtje eerder hadden we die uitleg ook al eens beluisterd. Het gezin voor ons was vol goede moed en op hoop van zegen, met de ezel aan de leiband vertrokken. Het was nu onze beurt. Een van mijn kinderen op de rug van dit knorrige dier zetten, durfde ik niet, want ik zag het al helemaal voor me: ‘onze’ ezel zou zijn kans schoon zien om in draf de wijde wereld in te rennen, geen acht slaand op zijn én mijn kostbare vracht. De boer had er ook geen goed oog in. ‘De ezel gaat je testen. Ben jij de baas of is hij dat?’

Het voelde als een kantelpunt. Over een maand zou ik ook op werkvlak aan een nieuw hoofdstuk beginnen, als eindverantwoordelijke van een organisatie. Hoe zou ik die ooit in beweging krijgen, als dat vandaag al niet met deze ezel zou lukken?  De boer overhandigde me wantrouwig de teugels. Hier stond ik. De zielige vrouw met de bakken onverwerkt verdriet en met het zelfvertrouwen ter grootte van een erwt.  De alleenstaande mama met nog maar één kans om deze mistroostige vakantie mooi af te ronden.

Een half uurtje verder, met een flink stappende ezel aan mijn zijde en twee uitgelaten en joelende kinderen achter ons aan, kwam ik onze voorgangers tegen. Ze hadden zich in de berm neer gepoot, verslagen. Hun ezel stond wat verderop in een weitje rustig te grazen. Er was geen beweging meer in te krijgen.

Dit verhaal schreef ik deze zomer. Het was een opdracht van de online zomercursus van deze dame. Je kan het hier, met haar zoetgevooisde stem als warme saus erover, ook beluisteren. Ik leerde hier van haar hoe je een verhaal opbouwt.

6 reacties

  1. Oooooh Eva, zo mooi, zo hard ook en zo herkenbaar … Maar aan de reactie van je dichter hierboven te zien kan je maar 1 ding besluiten … Als moeder ben je meeeer dan geslaagd en wees er maar zeker van … Niet alleen als moeder!!!! Ik vond jou en vind jou nog steeds een fantastische “madame”. Doe zo voort !!!! Groetjes

    Geliked door 1 persoon

  2. ‘Wie ik was, wist ik niet meer. Ik had mezelf jaren geleden in stilte begraven in een slecht huwelijk’ dit was ook mijn verhaal, en de reactie van Elena zou van mijn eigen twee kinderen kunnen komen.
    Ergens moeten we het toch zo slecht nog niet gedaan hebben 🙂

    Like

  3. Je wist niet meer wie je was, maar je kinderen wel. Een dappere moeder, op wie we altijd kunnen rekenen, die ons alles bied wat we nodig hebben om en waar we immens hard naar opkijken. 💞

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s