Tips bij lentejeuk

Er zijn van die woorden die bij mij heftige, bijna fysieke reacties ontlokken. ‘Lenteschoonmaak’ is er zo een.

mentale jeuk

In mijn verbeelding zie ik dan heftige vrouwmensen, met een gestippeld doek door hun haar gebonden en een stofdoek in hun nek gedraaid, rood aangelopen want hevig zwetend, het hele huis met bussen vol ammoniak en ingewikkeld swiffende borstelstokken op een bijna neurotische manier ontsmetten. Waarom krijg ik hier zo’n mentale jeuk van?

Hoogstwaarschijnlijk omdat ik sociologisch geprogrammeerd ben om lenteschoonmaak met vrouwen te associëren. Alsof schoonmaken per definitie vrouwenwerk is. Hallo kroket! En twee: hoeveel chemische rommel kieperen we het milieu in bij dit hevige schoonmaken? Telkens wanneer ik mijn bescheiden emmertje poetswater met ecologisch verantwoorde zeepresten in het toilet kap, ziet mijn geestesoog al honderden Finding Nemo-visjes astmatisch naar adem happen. (Veel verbeelding hebben is soms erg vermoeiend.)

fysieke jeuk

En toch. Misschien zijn het die felle zonnestralen die vuile ruiten en muren en stofwolkjes en vieze laden extra scherpte geven? Ik zie ineens overal opruimklussen. Erger nog: ik heb zin om erin te vliegen. Er zijn hier muren en deuren te verven en kasten schoon te maken en kelders op te ruimen en papieren te sorteren en zomerkleren uit te halen en gazonnetjes af te rijden en honden te schrobben en planten te planten. Oh dear. 

Zoals dat dan bij mij meestal gaat, ben ik ineens volop bezig vooraleer ik goed door heb dat ik ben begonnen. Dus is sinds vanmorgen de hele zwik winterkleren (in variaties van zwart en donker) in zakken verdwenen en hangt mijn kleerkast weer vol kleurrijk zomerspul. Woehoe.

Twee jaren into minimaliseren werpen vruchten af, stel ik tevreden vast.

  • Primo: ik heb genoeg kleren om lente en zomer mee door te komen. Een kans om mee te gaan shoppen, liet ik aan me voorbijgaan en in de plaats daarvan schrijf ik dit blogje. De hang naar nieuwe kleren in de nieuwste lentekleuren is er niet meer. Ik denk aan de centen die ik er niet aan uitgeef en wat voor leuke dingen ik er dan wel mee kan doen.
  • Secundo: ik selecteer, nog maar eens. En ik analyseer mijn gedachten met de bril van een pseudowetenschapper. Een bloesje dat ik vorige zomer kocht maar me niet echt warm maakt vanbinnen, slingert nog een tijdje rond. Zou ik het wegdoen? (want ik vind het eigenlijk niet meer zo mooi). Maar het is nog geen jaar oud! Ik vind de kleur niet echt meer toppie en de snit evenmin. Het komt vast nog van pas. Of misschien kan iemand dit met meer plezier dragen? Uiteindelijk doe ik het weg. En ik weet zeker dat ik het niet ga missen. Het moeilijkste moment is die knoop doorhakken.

7 vragen bij jeuk

Als je ook voor die berg werk staat van het switchen van winter- naar zomerkleren, voor jezelf of voor je kinderen, dan helpen deze vragen bij het selecteren en een overzichtelijke collectie over te houden waar je gegarandeerd blij van wordt.

  1. Wat wil je absoluut houden? Die vraag peilt naar je gevoel. Je voelt meteen of een kledingstuk je blij maakt of niet. Volg dat gevoel!
  2. Wat vind je mooi? Niet: wat vond je mooi toen je dit stuk kocht, maar nu, lente 2017? Niet mooi vinden betekent toch bijna zeker: niet dragen.
  3. Is het nuttig? Niet voor de gehele mensheid, en niet OOIT, maar voor jou, hier en dit voorjaar en deze zomer. Ben je van plan dit kledingstuk effectief te dragen dit jaar?
  4. Past het stuk bij wie jij vandaag bent? Als je vandaag 80 kg weegt, dan passen kledingstukken in maat 40 niet bij jou. Dat zijn de harde feiten, sorry.
  5. Mocht je het kwijt zijn, zou je het dan opnieuw kopen? Ik heb een keertje bijna gejankt toen mijn favoriete wintertrui vier maten kleiner uit de was kwam. En ik ben ze opnieuw gaan kopen. Het kan maar dat doen we toch maar zelden.
  6. Houd ik het omdat ik geen geld wil verspillen? Hate to break the news to you: je hebt het al verspild. Het geld is weg. Het hangt nu in de vorm van een jas die je nooit draagt, in je kast. Je ziet het nooit meer terug. Je kan jezelf natuurlijk masochistischerwijze blijven straffen door die jas toch te dragen. Of jezelf met veel mildheid vergeven voor die miskoop en de jas weggeven.
  7. Heeft het kledingstuk een emotionele waarde? Denk aan het eerste kleedje van je dochter, maat 56. Ligt dat nog altijd op zolder in een doos? Mijn advies: als het zo bijzonder is, haal het dan uit die doos, kader het in en hang het in je woonkamer. Of maak er een foto van en bewaar die. Het kleedje zelf brengt die bijzondere tijd niet terug. De herinneringen zitten in je hoofd, niet in de doos op zolder.

Nog een tip als uitsmijter. Poets je winterschoenen mindful met een flinke lik smeer, bedank ze voor al het loop- en stapwerk deze winter, kijk na of de zolen nog in orde zijn en breng ze indien nodig naar de schoenmaker voor een facelift. Dan mogen ze aan de zomerslaap beginnen om tegen november weer in topvorm aan de Ronde van Vlaanderen te beginnen.

Adios!

 

Advertenties

2 comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s