Ik schrijf een boek. Dag 34

Over drie dagen moet mijn schrijfsel er liggen. Dat gaat lukken, maar niet zonder moeite. Ik voel me ondertussen al in afscheidsmodus glijden. Mijn mini-sabbat is bijna voorbij. Dit ga ik missen.

In de eerste week schreef ik vooral thuis. Dat was geen goed idee. In een duiventil vind je geen rust. Afwas, kook, strijk en hond bleven aan me trekken. Me concentreren was moeilijk.

Dus zocht ik de meest muffe bibliotheek uit om dat zitvlees te kweken en kwam er onverwacht in een nieuwe en wonderlijke wereld terecht. Als de theologische faculteit van mijn Alma Mater ooit onder vuur komt te liggen, zie je mij in de frontlinie achter een felle spandoek lopen. En wel hierom.

Zoals elke mens, stijf van vooroordelen, verwachtte ik me aan een paar weken gewijde stilte te midden van ietwat verfomfaaide paters met minstens tachtig jaar op de teller. Wrong.  Hier zit de hele wereld op een kluit bijeen. Aziatische nonnen vormen de grootste minderheid. Ze lopen met een brede glimlach, immer vriendelijk, in kleine, snelle pasjes door de gangen. Ze wijden zich urenlang aan de studie van teksten, zonder een krimp te geven. Daarstraks zat een van hen vlak voor me met de grootst mogelijke aandacht een tekst te lezen. Ik zweer het: ze knipperde pas na 45 minuten een eerste keer met haar ogen.

img_2652

Zoals elke mens, stijf van vooroordelen, verwachtte ik me aan het omslaan van een verluchte bladzijde uit een middeleeuwse bijbel als belangrijkste event van een doorsnee voormiddag. Wrong. Hier staan nonnen voor mijn locker liedjes te oefenen voor een in te plannen mis. Piepjonge zwarte priesters tetteren hier urenlang met elkaar op gedempte toon.  Oude mannen, met zwarte mutsen op tegen de spuitende kou van de airconditioning, maken aantekeningen op piepkleine blaadjes en schuifelen gang in en gang uit, op zoek naar het boek dat hen finaal de zin van het leven zal verklaren.

Zoals elke mens, stijf van vooroordelen, verwachtte  ik me aan een vrome, gewijde kuisheid. Hier en daar doemen zwartgerokte priesters op, om even geruisloos weer te verdwijnen tussen de spleten van twee boekenrekken. Af en toe komt een trosje jong volk aanwaaien, dat mama heeft beloofd hard te studeren in de bibliotheek en daar in feite YouTube filmpjes zit te kijken en elkaar in het geniep te taxeren. Ze blijven nooit lang. Er zijn in deze stad hippere tenten. Na een paar dagen had ik zelfs een lunchdate te pakken. Ja, daar was ik even niet goed van.

Vandaag beleefde ik er zelfs een klein avontuurtje. In het midden van een geconcentreerde denkoefening schrik ik me verrot wanneer een vriendelijke man op mijn schouder tikt. Of ik zijn computer in de gaten kan houden terwijl hij een kopietje maakt. Natuurlijk, my pleasure. Een uur later is hij nog niet terug. Anderhalf uur later nog steeds niet.

Ik moet dringend dringend een en ander bespreken met mijn huisarts en kruip dan maar in het meest afgelegen hoekje van de leeszaal, met één oog op mijn en één oog op zijn pc, om de resultaten van een bloedonderzoek toegelicht te krijgen en er nauwelijks hoorbaar een paar antwoorden op te fluisteren.

Na afloop van dit gesprek is de eigenaar nog steeds nergens te bespeuren. Mijn maag knort. Wat nu doen? Vraag ik aan een ijverige non of zij mijn politionele taak wil overnemen? Wat als zij een kleptomane is, verkleed als non? Hoe leg ik haar uit hoe de rechtmatige eigenaar eruit ziet? Ik heb hem zelf amper bekeken.

Nog een half uur later en scheel van de honger, laat ik een warrig briefje achter op zijn plaats en haast ik me naar de balie om daar uit te leggen dat dit niet mijn spullen zijn, maar die van een zwarte man die me vroeg erop te letten. De balieman kijkt me schaapachtig aan. Een zwarte man? Duh. In dit gebouw lopen minstens vijftig zwarte mannen rond. Ik voel het schaamrood al naar mijn wangen klimmen als hij plotsklaps toch verschijnt. Big smile. Alles is oké.

Fast forward naar vier uur later. We zitten allebei rustig te tokkelen. Plots staat hij recht, legt zijn arm teder op mijn schouder en fluistert op zwoele toon: Thank you, Eva, for taking such good care of my stuff. Je komt hier wat tegen.

Advertenties

8 comments

  1. Brede smile op mijn gezicht aan het einde van dit stukje. Prachtig geschreven alweer, ik zie het zo voor mij, alhoewel ik die theologische bibliotheek helemaal niet ken.
    En goed dat het je gelukt is om je schrijfsel op tijd klaar te krijgen!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s